Weblog van de (on)gewone natuur
Zweefvliegende kolibries
Ze komen vlakbij, scheren langs je hoofd en laten vrrr-geluidjes achter bij hun snelle zwenkingen van bloem naar bloem. Zeer aanwezig. Maar als kwikzilver vloeien ze uit de cameralens. Bij toeval gevangen, zijn ze bewogen. Want ze bewegen: één en al beweging zijn ze, de bedrijvige kolibries.
Zilte schatten
De zee bij Bonaire is een wat groot uitgevallen schatkamer. Al meer dan 400 jaar is ze hofleverancier van zout en een niet opdrogende bron van wahu, dradu, mulatu en andere verse vissen. Een juweel bovendien: veelkleurig spiegelend in de luwte, melkwit schuimend tegen rotsige kust.
Suikerdiefje, tropisch klunsje
Gezellig, thee! Dol op mensen zijn ze, op hun tuinen, huizen en porches, op hun draadjes, haartjes, touwtjes, handige hoekjes en geinige gaatjes en op hun suikerpot. Gezellig, koffie! De hele dag in de weer - dag in, dag uit - met het maken van halve nesten op onmogelijke plaatsen.
Vlucht KL765: naar Bonaire
En dan is het tijd om de aardappelen een poosje in te ruilen voor funchi, de spijkerbroek voor de allerluchtigste short, de weilanden voor de koenoekoe, de duinen voor rotskust, de haring voor purunchi, de koolmezen voor suikerdiefjes, de merels en lijsters voor chuchubi's, kortom: Nederland voor Bonaire.
Een kaartje uit Drenthe
Taal en teken uit het land van venen, vennen, heidevelden, bos en stilte, waar de wegen Westerhaar, Schapenmeer en De Vorrelvenen heten, het land van eiken, berken, lijsterbes, vogelkers, sporkehout en krentenboompjes, waar de wegen Bloemberg, Achterma, Voor de Broeken, Waterleuzen en Holtweg heten, het land van wij
Camperslakken
Vakantietijd, eropuit. Huisje mee. De één een tent, de ander een caravan of camper. Maar sommige dieren schijnen altíjd op vakantie te zijn, hebben hun huisje tenminste overal bij zich, en mijn tuin is hun vakantieland. Het is er foeidruk zónder dat daar folders of ronkende internetsites aan te pas kwamen.
Hee, rietsigaren!
Of ze van de ene op de andere dag gemaakt worden: zo snel gaat het, het verschijnen van de rietsigaren langs de waterkant. Eerst nog groenig, maar al snel diepbruin. Eerst met een rafelige piek er bovenuit, dan alleen nog de volmaakte fluwelen cylinders die aan lange saté-stokstengels zijn gespietst.
Schijnheilige rupsen
Het roodwitte lint trekt van verre al de aandacht. Het zet niets af, maar is als een ceintuur om een dikke stam gebonden, een eikenstam (foto 1). Een waarschuwing. Waarschuwing? Voor die leuke harige rupsjes die bij nadere bestudering op de stam en over hun fijne spinsel blijken te kruipen (foto 2)?
Neuzige types in zwartwit
Het verre oosten van Nederland, zomer, het Korenburgerveen. Ik zou de loftrompet kunnen steken over de zwarte specht, de drasse hei, de weerschijnvlinder of de braamsluiper, maar nee. Na het veen voerde de wandeling door verwilderende weiden, waar koeien stonden te dutten tussen pollen hoge distels.
Een luizenleven
Zomaar zijn ze er, samenscholend in de schaduw, op de weke onderkant van jonge, nietvermoedende bladeren. Of juist in de zon, rond vlezige, snelgroeiende stengeltoppen. Overal waar sap rijkelijk stroomt en er weinig meer nodig is dan een rietje om erbij te komen. Gedrang en genieten, bladluisje-aan-bladluisje.
De meeuwen komen
Het is wit en vliegt, zwemt ook. Het schreeuwt en schijt, gaat tekeer tussen vuilniszakken en zwermt boven stortplaatsen, volgt boeren die ploegen of mesten, vliegt achter vissersschepen aan, flankeert veerboten. Het rust op daken, lantaarnpalen, brugleuningen, het strand. Alert en onberekenbaar, zeer aanwezig.

